Perikelen

Piep groeit niet zo goed en ik besluit om ermee naar de dierenarts te gaan. Als ik bel voor een afspraak wordt me wel 3x gevraagd waar ik mee kom, zo verrast zijn ze. Blijkbaar krijgen ze niet veel ganzen en al helemaal geen babygansjes op het spreekuur. De zon schijnt en het is heel warm tegen de tijd dat ik met hem weg moet gaan. Daarom neem ik een bakje mee en wat water in een flesje zodat ik Piep tussen het rijden en wachten door wat kan laten drinken. Piep vindt het allemaal wel best. Hij zit parmantig in een petje van mij. Dit dient nu omgekeerd als zijn mandje. Hierin nog zijn gele dekentje (afwasdoekje) en hij is meteen rustig. Wat tissues mee om zijn troep op te ruimen en dan kunnen we gaan. Tijdens het autorijden snatert hij gezellig er op los, zittend op mijn schoot. In de wachtkamer trekt hij veel bekijks. Het is eens wat anders dan een kat of hond. Eenmaal binnen bij de dierenarts blijkt hij, na onderzoek van zijn poep, wormen te hebben. Hij krijgt een wormenkuurtje voor een duif. Iets anders heeft de dierenarts niet voor handen. Dat moet ik hem een aantal daagjes geven en gelukkig, het werkt. Hij begint te groeien. Bij een na-controle blijken de wormen niet meer aanwezig te zijn. Ook de dierenarts merkt op dat er waarschijnlijk iets mis is met Piep. De ganzen hebben hem niet voor niets laten liggen, zij weten zulke dingen heel goed. De tijd zal leren wat er, buiten een kaal plekje op zijn keel, nog meer met hem is. Het weer blijft gelukkig prachtig en we zijn veel buiten. Overdag zit hij in een ren. En als ik in de tuin ben, laat ik hem los. Hij achtervolgt me echt overal. Later lees ik over inprenting. Blijkbaar is het bij een aantal dieren zo, dat degene die ze het eerste zien en horen als ze uit het ei komen, tot moeder wordt bestempeld. Dus Piep ziet mij als zijn moeder. In de loop van de tijd blijkt hij inderdaad wat afwijkingen te hebben. Hij heeft dat plekje op zijn keel waar maar geen veren gaan groeien. Hij loopt moeilijker en hij groeit niet zo hard als de rest van zijn broertjes en zusjes. Dan op een dag, proberen we hem terug te plaatsen in de groep. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zodra we in de buurt komen verplaatst de troep zich. Uiteindelijk zetten we Piep in de buurt van de troep neer en hopen we dat door zijn gepiep de troep denkt dat er een gansje achter blijft waarna ze hem opnemen. Over naïef denken gesproken. De troep wil hem niet. Dat maken ze heel erg duidelijk door hem te pikken en uiteindelijk zelfs in de lucht te gooien. Geschrokken ren ik naar ze toe. Woedend ben ik. Ik neem een stok op en ren al schreeuwend naar de troep toe. Ik sla om me heen en raak de boosdoener die Piep in de lucht heeft gegooid. Arme Piep. Hij mankeert gelukkig niks maar is duidelijk geschrokken. Tot de dag van vandaag loopt hij niet uit zichzelf de wei in. We nemen Piep na het gebeuren weer mee naar de tuin en nemen ons voor het later, als hij een heel stuk groter is, het nog eens te proberen. De tijd gaat voorbij, we hebben een geweldige zomer en Piep geniet. Wij ook. Het is zo leuk, zo’n tuingans. Hij loopt ons overal achterna. Hij moet overal aan frummelen en hij wil iedere dag even op schoot geknuffeld worden. Hij gaat met ons zwemmen en vist fijn onder het zwemmen, de vliegen uit het bad. Toch willen we proberen om hem voor de winter bij de groep te voegen. Hij kan echt niet mee naar binnen als het kouder wordt. Enig idee wat een gans produceert op een dag? Alles wat hij eet, gaat er even later meteen weer uit. Daar kan geen Pamper tegen op! Maar ook nu wil de groep hem weer niet. Eenmaal in de wei zien we eigenlijk pas het verschil in grootte tussen Piep en de rest. Hij is toch wel een heel stuk kleiner. Ze pikken weer op hem en hij loopt steeds van ze weg. Hij is bang, wat natuurlijk niet vreemd is. Een aantal dagen zet ik hem een paar uur in de wei in de hoop dat de rest aan hem went. En Piep aan hun. Maar het werkt niet. Eén keer is hij heel dapper en loopt hij zelf naar de groep toe . Maar ook nu wordt er weer op hem gepikt. Meer denk ik omdat hij nu de laagste is in de rangorde. Maar Piep is bang en weet niet dat hij zich ook kan weren. Hij vlucht weer richting tuinpoort. En zo komen we tot het besluit om als de groep Piep niet wil, we Piep een groepje laten vormen. We kijken welke damesgans er eventueel bij hem zou kunnen passen. We zoeken een volgzaam vrouwtje uit dat ook een beetje van de groep af blijft lopen. De uitverkoren gans wordt gevangen, van één vleugel de veren wat korter geknipt en in de tuin gezet. Omdat ze zo’n lief kopje heeft krijgt ze de naam Mop. En hoe het Mop en Piep vergaat, dat is jullie inmiddels wel bekend.

IMG_1226 IMG_1178

Advertenties

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s