De natuur en haar wrede kant

’s Morgens, heel vroeg in de ochtend…

Ik word wakker van een enorm kabaal. Het lijkt net bij mijn oren in de buurt vandaan te komen. Wat is dat geluid nou? Een specht?! Slaapdronken richt ik me op en kijk door het raam. Ik zie inderdaad een specht. Een grote bonte specht. Maar niet op de plaats waar het geluid vandaan komt. Hij zit op het potje en eet van de vogelvoeding. Steeds om zich heen kijkend. Wel hoor ik gekrabbel tegen de regenpijp. Dit zijn de mussen. Die hebben hun nest inderdaad vlak bij mijn oor, aan de andere kant van de muur. Op de plek waar de regenpijp met een beugel vastzit aan de buitenmuur. Ik snap niet heel goed wat het  een met het ander te maken heeft maar ben ook nog niet helemaal wakker.

Later op de dag zit ik te werken aan mijn bureau en zit manlief in zijn stoel naar de eendjes te kijken. Die zijn duidelijk op weg naar ons. Ze lopen met een doel. Zo lopen ze altijd, dat is hun loopje. Maar nu houden ze hun heldere kraaloogjes gericht op de deur. We zijn gezien. Ze komen zich melden voor hun snoepjes. Maar net voordat Obertje, het eendje dat voorop loopt, aan de deur is, zien we hem bukken. Razendsnel. En met verbazing zien manlief en ik dat hij een kuikentje naar binnen werkt. We zien de pootjes er nog even uitbungelen. Een heel klein kuikentje. En meteen weet ik ook wat er vanmorgen aan de hand was. Een drama in mussenland. De specht heeft hun nest leeggeroofd. Dat was het kabaal dat ik hoorde, de opgewonden vogelgeluiden en het gekrabbel tegen de regenpijp. Er moet één vogeltje gevallen zijn. Het vogeltje dat uiteindelijk is opgegeten door Obertje. Wat zielig!

De dagen erna houden we de mussen in de gaten. Er is inderdaad geen vliegverkeer meer. Er hoeven geen vogeltjes te worden gevoerd. Maar het lijkt erop dat ze begonnen zijn aan een tweede leg. Op dezelfde plek. Of dat nou zo handig is?

thumb_IMG_8507_1024

Advertenties
%d bloggers liken dit: